Hasselt

behoudt het

Huis hoste
Z33
RTT gebouw
De generale bank

“Hasselt behoudt het”, met deze slagzin wordt er verwezen naar verschillende gebouwen uit de periode van 1926 tot 1968 die reeds herbestemd zijn en/of herbestemd worden. Aan de hand van vier Hasseltse binnenstedelijke projecten wordt er aangetoond dat het mogelijk is om dit modernistisch erfgoed te hergebruiken voor diverse functies. 

‘Huis Hoste’ en de aanpalende `Koloniale waren Gilissen` zijn een voorbeeld van herbestemming tot een cultuurcentrum. De voormalige fabriek en woning krijgen nu een geheel andere functie. Dit toont de flexibiliteit en veelzijdigheid van herontwikkelingen. 

Het voormalig provinciaal museum, vandaag ‘Z33’, gevestigd in de oude begijnhofsite is altijd al een plek voor cultuur geweest. Na de recente renovatie door architecte Francesca Torzo behoudt het zijn functie maar kreeg het een nieuw gezicht. Dit gebeurde met respect voor de bestaande Vleugel ‘58 die ontworpen werd door architect G. Daniëls. Dankzij de renovatie en aanpalende nieuwbouw wordt het gebouw terug op de kaart gezet, zelfs internationaal. 

De Generale Bank werd geïnspireerd door de Amerikaanse functionalistische architectuur uit de jaren ’60. De voorzetgevels in betonnen prefab elementen kenmerken de architectuur van M.Jaspers en L.Delhaize

Het RTT-gebouw overheerst het bouwblok van de recente Bonnefant site. De grote vrije overspanningen en de grote verdiepingshoogtes waren graag gezien bij het opmaken van een herbestemmingsplan. 

Het RTT-gebouw en de Generale Bank zijn beiden voorbeelden van een herbestemming tot huisvesting. De gebouwen zijn succesvol getransformeerd maar behouden nog steeds hun kenmerkende karakter. 

Deze projecten schetsen een beeld van hoe er vandaag de dag kan omgegaan worden met onze architecturale geschiedenis. Het toont de grote bijdrage die deze projecten kunnen bieden in de huidige maatschappij en geeft weer hoe ze opnieuw een plaats krijgen binnen ons stadsweefsel. 

huis hoste

Arch. Huib Hoste

Koningin Astridlaan 81-83, Hasselt

1926 – 1929

©PaulinePoelmans

‘Huis Hoste’ werd ontworpen door één van de belangrijkste Belgische modernisten: Huib Hoste. De voormalige directeurswoning werd gebouwd in 1926. In 1929 werd de bouw van het aanpalende pakhuis ‘Koloniale Waren’ afgerond ontworpen door arch. Baar. Beide gebouwen waren onderdeel van het distributiebedrijf ‘Koloniale Waren Janssens & Gilissen’. De bedrijfsgroei tijdens het interbellum vereiste aangepaste accommodaties. Deze bedrijfsgroei was grotendeels te danken aan de nieuwe vervoersmethoden die in deze periode ontstonden. Zo zorgde de spoorwegen voor een grote transformatie samen met het klein vrachtverkeer. Het is één van de weinige industriële sites met erfgoedwaarde in de stad. 

Het woonhuis kent een zeer rechtlijnige vormentaal. De plint wordt gekenmerkt door een hardstenen parament en de bovenliggende verdiepingen zijn opgetrokken uit baksteen. Het huis wordt opgebouwd rond een centraal, monumentaal trappenhuis. De gevel is opgebouwd uit een compositie van orthogonale vlakken die in- en uitspringen ten opzichte van het gevelvlak, afgebouwd met uitspringende kroonlijsten.

Het typerend modernistisch materiaalgebruik kwam hier terug, een combinatie van baksteen, beton, metaal en loodglas. Het geheel is een merkwaardige mengeling van stijlkenmerken uit de art deco en vroeg modernisme met zelfs typische laat 19de eeuwse inrichtingselementen zoals haard en trap in de hal.

Tijdens het interbellum was de zogenaamde ‘beste kamer’ een veel voorkomend fenomeen in woningen. Deze kamer was gesitueerd aan de voorzijde van het huis, werd rijkelijk afgewerkt en kende louter een representatieve functie bij speciale gelegenheden. Modernisten vonden dat de ruimte belette dat zonlicht tot in de leefruimtes kon raken en dit ging in tegen hun belang voor functionaliteit. Door het wegvallen ontstond in de woningen een ruime multifunctionele woonkamer met ruimte was verschillende activiteiten.

Dit geheel werd in 2003 erkend als te beschermen monument, op dit ogenblik wordt het her-bestemd tot een cultuurcentrum. De voormalige fabriek en woning krijgen nu een geheel andere functie. 

Z33

Arch. G. Daniels en Arch. Fr. Torzo

Zuivelmarkt 33, Hasselt

1958 + 2011-2019

©PaulinePoelmans

Het huis voor Actuele Kunst, beter bekend als Z33, is in 2002 ontstaan op de voormalige begijnhof-site van Hasselt. Het kunstencentrum werkt met een projectgerichte werking waarbij actuele kunst en vormgeving de hoofdmotieven vormen. De tentoonstellingen gebeurden in de begijnhuisjes en Vleugel ‘58. 

Sinds 2020 is Z33 gekend als het huis voor Actuele kunst, Design en Architectuur. Op dit schakelmoment wordt de periode van de begijnhuisjes afgesloten en verhuist het geheel naar de Bonnefantenstraat. De ‘Vleugel 58’ werd ontworpen door Architect Daniels. Mede bekend voor zijn bijzonder patrimonium dat hij in Limburg heeft achtergelaten. 

De nieuwe ‘Vleugel 19’ naar ontwerp van Francesca Torzo. Het doorgedreven vakmanschap, de stilte die de architecturale vorm oproept, het harmoniërende kleurgebruik, de tektoniek en de geraffineerde daglichttoetreding. Deze elementen tonen dat arch. Torzo een leerlinge is van de Zwitserse architect Peter Zumthor.

De nieuwe vleugel wordt gekenmerkt door een gevel van ruitvormige bakstenen die zo een aansluiting zoekt met de bestaande Vleugel 58. De oorspronkelijke Vleugel 58 wordt verbonden aan de recente Vleugel 19 luisterend naar uitspraak van F. Torzo “Zijn eerste wil is tot de omgeving te behoren”. Beide gebouwen hebben een eigen identiteit maar samen zijn ze één. Ze aanziet het begijnhof als een miniatuur van andere stadsdelen met zijn verschillende pleinen, steegjes en tuinen. 

Het project is een voorbeeld van vernieuwing en hoe er met respect kan omgegaan worden met onze architectuurgeschiedenis. Dankzij de aanbouw van F. Torzo werd het gebouw terug op de kaart gezet. 

rtt gebouw

Arch. L. Van de Vondel 
+ renovatie door a2o

Paardsdemerstraat 6-10, Hasselt

1952 + 2021

©PaulinePoelmans

Het oorspronkelijke RTT-gebouw (Regie voor Telegraaf en Telefoon) waar zich de telefooncentrales van de RTT, later Belgacom of tegenwoordig beter bekend als Proximus situeerden. In het gebouw situeerden zich een telefoonwinkel en burelen. 

Het project werd ontworpen door architect Louis van de Vondel in 1952. De gevelopbouw bestaat uit blauwe hardsteenbekleding en ornamenten en metselwerk in rode strengpersstenen. Een grid maakt de gevelopbouw waar en creëert zo een correct schaalgevoel met de omliggende gebouwen. 

Het gebouw heeft dezelfde stijlkenmerken als het RTT-gebouw in Merksem (1949-’53) dat vandaag op de Vlaamse erfgoedlijst staat. Het oude RTT-pand wordt gerenoveerd en mee opgenomen in het geheel van het project ‘de Bonnefant’. Bij de renovatie van het project, uitgevoerd door het Hasselts bureau a2o, is het bestaande industriële gebouw in de Bonnefantenstraat gesloopt en wordt het bestaande gebouw in de Paardsdemerstraat gerenoveerd. 

De uitbreiding plooit zich naar de demer-bedding die hier ingebuisd is. De grote vrije overspanningen en de grote verdiepingshoogtes waren graag gezien bij het opmaken van een herbestemmingsplan. 

Daardoor kent het gebouw een wat vreemde schaal in de binnenstad, maar toch is het een vertrouwd beeld voor de Hasselaar. Het nieuwbouwgedeelte is een zeer open architectuur in tegenstelling tot de gesloten gevel van Z33, waardoor het een compositie wordt van twee gebouwen die met elkaar in dialoog gaan. Deze dialoog verbindt het commerciële centrum van de stad met het culturele centrum rond het begijnhof. 

De renovatie uit 2017 voorziet een brede waaier aan woonvormen en commerciële ruimtes. Het project creëert een ‘urban cliff’, een groene aaneenschakeling die zowel op het maaiveld als in de gevels terugkeert. Deze groene ruimte wordt gekoppeld aan de stad door het plein dat zich hiernaar openstelt. Een connectie creëren tussen verschillende delen van de stad was essentieel bij de renovatie.

de generale bank

Arch. Jaspers-Eyers

Ridder Portmansstraat 3, Hasselt

1968-71

©PaulinePoelmans

Het hoofdkantoor van de Generale bank, waar tegenwoordig de kantoren van BNP Paribas Fortis gevestigd zijn, werd ontworpen door architecten L. Delhaise en M. Jaspers. Het project werd uitgevoerd in de jaren ‘70, de huidige renovatie en herbestemming werd verwezenlijkt door het bureau Jaspers-Eyers. Het project was cruciaal in het oeuvre van Michel Jaspers.

De Generale bank werd in 1971 in gebruik genomen als Limburgse hoofdzetel van de bank en nam het volledige gebouw in beslag. De ruwbouw werd volledig opgetrokken uit een betonstructuur in één enkele overspanning, wat zeer innoverend was in die periode. Voor Architect M. Jaspers was het samengaan van constructie en het beeld dat een gebouw uitstraalt, essentieel. Dit bracht Jaspers op het idee de ‘G’ van Generale Bank te verwerken in het ontwerp van de voorzetgevel in architectonisch beton. Niet alleen de karakteristieke voorzetgevel toonde de invloed van de Amerikaanse functionalistische architectuur uit de jaren ’60 maar ook het architectonisch skelet en de bijzonder mooie inrichting in edelhoutfineer. De liefde voor de auto wordt duidelijk door de ruime ondergrondse parking en het bijzondere auto-loket. 

De combinatie van deze elementen tilde het ontwerp naar een hoog niveau, het gebouw moest op deze manier het moderne imago van de bank weerspiegelen. 

Dit gebouw eist na meer dan vijf deccenia nog steeds zijn plaats op binnen het straatbeeld. Jaspers-Eyers was de architect verantwoordelijk voor de renovatie van het gebouw. De bovenliggende verdiepingen zijn herbestemd tot appartementen en penthouses. De renovatie van het project respecteert de vormgeving van het gebouw in zijn totaliteit. Het huidige project genaamd ‘De generale’ behoudt dus de authentieke gevel en structuur. Dit gebeurt door de combinatie van een uniform beglaasd gevelsysteem en de oorspronkelijk betonnen gevel, die ook een zonwerende functie heeft. Naast de relevante gevel in het straatbeeld van Hasselt is de typerende open planstructuur zeer bruikbaar voor het huisvesten van diverse programma’s. De Generale Bank toont aan hoe gebouwen uit deze periode duurzaam verbouwd kunnen worden.